vrijdag 5 februari 2016

Wildeman en Vastenavond



Anonymus, naar Bruegel, De maskerade van Valentijn en Oursson, 1566, houtsnede, 30 × 41,4 cm, Amsterdam, Rijksmuseum, inv. RP-P-BI-4955

De houtsnedes naar Bruegel, kregen in de loop van de geschiedenis als titel de 'Maskerade van Valentijn en Oursson' mee. De houtsnede van het Rijksmuseum, verschilt in niets van de versie besproken in de eerdere entry op deze blog, Bruegels Wildeman - 'Het Spel van de Wildemansjacht', maar wel is er onderaan de prent een vierregelig vers toegevoegd:

"Ick Wildeman, moet my nu wel ghevanghen ,,gheven,
Want den tijt die verbant, uut dorpen, en steden ,,my,
Nochtans doen ick er vele met verlanghen ,,leven,
Om dat mijn toecomst toont eenen tijt van vreden ,,bly."

Op de website van de Confrérie van de Vaantjesboer, de Gilde der Halse Reuzen, leren we dat het vers mogelijk "als epiloog op het Vastelavontspel mag worden beschouwd." Dit benadrukt nog de verwantschap met Bruegels schilderij 'De Strijd tussen Vasten en Vastenavond" uit 1559, waar reeds een variatie op het tafereel in de prent is opgenomen, links boven.

Pieter Bruegel, De Strijd tussen Vasten en Vastenavond, 1559, olieverf op paneel, 118 x 164,5 cm, Wien, Kunsthistorisches Museum, inv. GG_1016
Pieter Bruegel, De Strijd tussen Vasten en Vastenavond, 1559 (detail)

"Het optreden de WILDE MAN betekent het afsluiten van de carnavaloptochten. Volgens [Magdi Tóth-Ubbens] zat er een hiërarchie in de volgorde van de carnavaleske optochten. De feesten zetten in na Driekoningen met optochten door vreemdelingen, pelgrims en dan vooral de leprozen, de maatschappelijke paria’s bij uitstek. De andere sociale groeperingen kwamen in de loop van januari en februari aan de beurt. Zo volgden de boeren, de broederschappen, de gilden en tot slot de rijke lieden. Dit rijke volk vermomde zich graag als WILDE MAN en hun optochten sloten de carnavalperiode af." (Tóth-Ubbens 1987, p. 83, geciteerd door Confrérie van de Vaantjesboer)


Anonymus, prentkaart, s.d.
"Een overblijfsel van deze traditie is het verschijnen in Binche van de GILLES op Mardi Gras en enkel dan. [...] In het museum te Binche is een permanente tentoonstelling gewijd aan de Gilles. Oorspronkelijk was deze koning van het Belgische carnaval een Wildeman. Door de evolutie van de laatste honderd vijftig jaar kreeg hij zijn hedendaags uiterlijk. De bellen, de klompen en zijn brede romp, opgevuld met stro, verwijzen naar zijn beerachtig verleden. In een flits wordt de relatie Gille-trommelaar duidelijk. Deze gaat terug op de relatie beer-berentemmer. De Gille mag geen pas verzetten zonder begeleiding van een trommel zoals de berentemmer zijn beer doet dansen op het ritme van zijn tamboer." (Confrérie van de Vaantjesboer)


Gaignebet, El dia de l'osso [Confrérie van de Vaantjesboer]

"De afbeeldingen [van Bruegel]en het verhaal doen denken aan bekende carnavalspelen uit de Pyreneeën. Deze carnavalsspelen gaan vermoedelijk terug op een oudere versie van het hoofse verhaal. [...] Tijdens de carnavaldagen [op 'El dia de l'osso'] verlaten enkele mannen in de vroege ochtend hun dorp en gaan naar het nabij gelegen bos om zich te verkleden in beer. Naargelang de eigen dorpstraditie bestaat hun kostuum uit aan elkaar genaaide geitenvellen of schaapsvachten. Soms draagt men een berenmasker, elders maakt men zijn gezicht zwart. In de morgen komen de beren naar het dorp om de bevolking en vooral de (jonge) vrouwen lastig te vallen. Ze grabbelen met hun zwarte handen hun slachtoffers en besmeuren hun aangezicht met roet. Uiteindelijk gaan de mannen van het dorp een jacht organiseren op de verklede beer. Hij (of ze) wordt gevangen genomen en geketend. 

Dan organiseert een barbier of berentemmer een soort dans die de bedoeling heeft de beer te temmen. Dit is een eerste vorm van beschaven van de wilde. Nadien wordt de beer geschoren met een bijl of groot scheermes. Een dikke zwarte worst wordt in wijn gedrenkt en dient als scheerkwast. Na het scheren worden de symbolen van de wildheid, huiden en het zwarte aangezicht, weggenomen. Ineens weerklinkt een schot en de beer (of beren) valt dood. Niet voor lang want de beer herleeft, dikwijls door tussenkomst van een jonge vrouw. Daarna volgt een grote danspartij, de ‘danse du mariage’."   (Confrérie van de Vaantjesboer)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.